Winnie wandelt

Vroeger gingen we vaak naar de Chinees. Gaan we naar Winnie, zei iemand dan.

Er waren veel tafels. Het was nooit echt druk. Maar het eten was altijd lekker. We bestelden meestal van die vuurplaten die je al van ver kon horen aankomen. Zo siste dat.

Maar op een dag was het afgelopen. De zaak ging dicht.

Winnie had de lotto gewonnen.

Het restaurant is er nog steeds. De stoelen en tafels staan er nog.

Winnie raakte in een depressie.

Maar sinds kort zie ik haar terug. In het dorp. Op de dijk.

Winnie wandelt weer.

De buurman (deel 3)

Mijn buurman geeft niet op. Het werk moet af. Winter of niet.

Is dat iets protestants?

Zeeuwen zijn de meest trouwe kerkgangers van Nederland. Drie maal daags is een term die hier nog rondgaat. En het moet gezegd. Er hangt wel een zekere ernst in dit dorp.

Maar wat wil je? Men woont hier op zware kleigrond. De aardappelen smaken erg kruimig.

Het dak van mijn buurman blinkt dus weer.

Maar de boom staat er nog steeds.

Les moineaux

Ik herinner me nog onze eerste stop. Na kilometers snelweg, sloegen we af bij een tankstation. Ergens halverwege Frankrijk.

Het weer was niet bijzonder mooi. Eerder grijs.

Een zwerm mussen streek daar plots neer. Zo’n gonzende groep.

Het viel me op.

Hoe bijzonder vrij die mussen zich roerden. Op en neer. In een wirwar. Driftig. Kwetterend. Eén groot vermaak.

Het viel me op.

Hoe bijzonder blij die vogels me maakten.

De buurman (deel 2)

Omdat het winter is, ben ik tegenwoordig veel thuis. Mijn buurman is ook veel thuis. Hij zit nog steeds vaak in zijn bureau. Op donkere dagen brandt er meestal een lamp dan.

Maar de laatste tijd zie ik mijn buurman geregeld met de fiets vertrekken en terugkomen met een houten paal. Ik heb geen idee waar hij die voor nodig heeft. Zelfs niet gezien zijn recente interesse in zijn dak.

Hij kruipt er bijna dagelijks op. Helemaal tot boven.

Ik dacht dat het met het kuisen van die dakgoten wel gebeurd was. Maar nu is hij in de ban van de toestand van het gehele dak.

Hij maakt zich zorgen ook.

Want hij belde laatst. Dat de grote conifeer in mijn tuin zijn dak in gevaar brengt.

Dat vind ik nu wel jammer. Die statige stam moet eruit. Best moeilijk in deze klimatologisch apocalyptische tijden.

Maar de gemoedsrust van mijn buurman is ook iets waard.

Retiro de Silêncio

Fecha os olhos, concentra-te no coração, fica ai em meditação.

Het begin van mijn queeste ving ik aan met een retraite bij de zusters in Plum Village (Bordeaux). Hoewel het einde van mijn zoektocht nog niet in zicht is, gaan we stilaan wel naar het einde van het jaar en heb ik toch een zeker gevoel van afronding. Afronding van een periode, een fase, een cyclus.

En dat is toch iets wat ik dit jaar anders heb ervaren dan ervoor; tijd. Spontaner leven, meer volgens de agenda van de natuur is namelijk een heel andere beleving dan leven volgens de klok der gewoonte. Dat vond ik ook mooi verwoord in een tekst van Nina Elshof:

“We hebben geleerd dat tijd lineair is en aldus, zoals elke lijn vertelt, een begin- en een eindpunt heeft. Als we echter tijd niet als lineair maar circulair beschouwen, biedt dit een geheel nieuw perspectief en derhalve een wereld van nieuwe mogelijkheden. Een cirkel kent geen begin en eindpunt. Het representeert een continuïteit van beweging zoals de beweging van eb en vloed en het wassen en afnemen van de maan; er bestaat alleen verandering. Daardoor wordt het begrip van het bereiken van je ware bestemming in een heel ander daglicht geplaatst van een nooit eindigend verhaal waarin elk moment een tijdelijke bestemming blijkt te zijn in een continue beweging van verandering.”

Met het definitief vallen van de blaren is de maand november dan ook het moment bij uitstek voor bezinning en introspectie. Tijd dus voor een nieuwe retraite. Deze keer in het Karuna Retreat Center in het ruige binnenland van Portugal (Algarve). Het was een eerder kort programma (vierdaagse) maar om de een of andere reden met een bijzonder krachtige uitwerking.

Waarom het voor mij zo bijzonder was, had niet alleen te maken met het magische berglandschap maar des te meer met een extra laag die ik ontdekte tijdens het mediteren, een extra diepte als het ware. En hoewel meditatie alles behalve over prestaties gaat, had ik wel een soort record gebroken in het zitten. En dat had bij mij toch iets verschoven. Of gebroken. Of hoe kan ik dit best omschrijven?

Omdat alle info en richtlijnen in het Portugees werden verteld, wist ik niet precies (maar dacht ik ongeveer toch wel te weten) wat te verwachten. Maar nadat de stilte op dag één werd ingeklonken, was dat (tot de gong op de laatste dag om de stilte weer te beëindigen) het enige teken waarmee mijn geest het voorlopig moest zien te stellen. En dat had mijn geest, daar op die eerste dag, tijdens die allereerste meditatiesessie nu net niet verwacht.

Want meestal (mijn gewoonte tot nu toe) worden meditaties (zeker in groep) met een tik tegen de klankschaal ingeluid en met eenzelfde tik ook weer afgerond. En meestal wordt er ongeveer één uur per sessie gemediteerd. Met zelfs op sommige plaatsen na een half uur al een zacht signaal om de geest gerust te stellen dat je halverwege zit.

Niet in Portugal dus. Want daar begonnen we dan wel gezamenlijk aan zo’n zitsessie (zazen) maar niemand die eigenlijk echt bepaalde wanneer het genoeg was. Niemand met andere woorden die je uit je lijden kwam verlossen.

Daar zat ik dus. Op die eerste dag van de stilte retraite. Op een heuvel van de Monchique. Op mijn kussen in kleermakerszit.

In normale toestand is mijn geest al redelijk onrustig en gedesoriënteerd. Maar daar en toen ontstond een geestelijke verwarring van een heel andere orde.

Dat je niet meer weet hoe lang je daar al zit, hoe lang je nog verwacht wordt te blijven zitten, waar dit eigenlijk allemaal goed voor is, of ik het geschuifel van een paar enkelingen moest volgen en ook naar buiten gaan, wanneer die verlossende gong nu eindelijk zou komen, of een slapend been misschien écht zou kunnen afsterven, dat was pas desoriëntatie.

En tegelijk voor mij een soort poort naar het nirvana. Want mijn innerlijk verzet en geestelijke chaos groeide en groeide tot ongekende hoogten. Maar er was daar iets waardoor ik bleef zitten.

Alsof er gewoon niets anders opzat.

Ik weet niet hoe lang ik daar heb gezeten of hoe de sessie precies afliep. Maar een einde kwam er. Zoals aan alles.

En ook die geëxalteerde geest van mij toen, voelt vandaag alweer een tikkeltje minder verontrust.

De buurman

Ik heb een buurman die Thomas heet. Die naam past hoegenaamd niet bij hem.

Thomas dat klinkt jong en een beetje ondeugend. Maar dat is mijn buurman niet.

Mijn buurman zit vaak in zijn bureau. Dat kan ik zien als ik in mijn keuken sta. Ik weet niet wat hij doet dan. Hij kijkt naar een computerscherm.

Mijn buurman is al geruime tijd met pensioen. Dus het moet iets zijn dat hij leuk vindt. Misschien regelt hij bankzaken. Daar aan zijn bureau.

Af en toe neemt hij de auto. Dan stapt zijn vrouw ook meestal in. Ze blijven nooit lang weg. Er staan geraniums voor hun raam.

Laatst schrok ik toch. Toen stond hij plots met een ladder in mijn tuin. Het was wel nodig.

Die dakgoten van hem zaten echt vol zand.

To blog or not to blog

Deze keer geen interessante noch inspirerende, met bijgevoegde afbeelding gerelateerde quote. U ziet wat u ziet. Ik zit in een hippe koffiebar in Berchem. Op dat moment is mijn enige zorg het selecteren van een drankje dat het dichtst in de buurt komt van mijn fysieke en mentale behoeften. En het moet gezegd: die keuze is vaak niet snel gemaakt.

In ieder geval is dat nu niet het onderwerp van deze tekst. Ik heb namelijk een veel prangender situatie die mijn aandacht vraagt. En hiermee ook die van u. Het betreft namelijk de toekomst van de blog, het bloggen of de blogger/blogster.

Om eerlijk te zijn lees ik zelf geen blogs. Al moet ik toegeven dat ik me herinner te hebben rondgeneusd op de website van de Groene Meisjes. U raadt het al; dat is een website die eindigt op .nl. Ik vraag me overigens af of ik scores krijg van Google of in ieder geval extra lezers (excuseer volgers) moest ik de website (of moet ik zeggen domeinnaam) hier correct weergeven (ik heb het eens geprobeerd maar heb geen idee of het iemand ook maar iets heeft opgeleverd). Zo weinig weet ik er dus van. Om maar te zeggen.

Maar de kwestie is dus deze: niet zo lang geleden opende ik mijn oude mailbox nog eens (intussen een trashbag van jewelste) en ik vond aldaar de oproep tot het betalen van een factuur, getekend: een bedrijf waar ik nog nooit van gehoord had.

Het duurde echter niet lang voor ik de link gelegd had. Het betrof een bericht van mijn webhost die me voorzichtig aanraadde het vermelde bedrag binnenkort te betalen, in geval ik nog gebruik wilde maken van hun diensten uiteraard. Welke “diensten” bedoelden ze eigenlijk? Het benutten van het internet en het innemen van een virtuele ruimte? Het “verzorgen” (water geven?) van mijn bescheiden en zeer experimentele website? In dat geval mochten ze wel eens de 25 spamberichten over viagra (nog steeds een topper blijkbaar) die ik wekelijks ontvang en waarvan ik niet begrijp hoe deze op mijn (!) website terecht komen filteren of blokkeren (dat zou ik echt caring vinden).

Ik stond met andere woorden plots voor een dilemma, zeg maar. Want toegegeven; ik had al heel lang niks meer gedaan met mijn website (hierdoor heb ik vast al veel strafpunten verzameld bij Google en qua ranking ben ik intussen ook totally lost). Wat eens begonnen was (op een workshop in Gent: hoe maak ik een website met WordPress) als een goed en lucratief (eventueel) idee, was wat in het slop geraakt, ja.

Als doorsnee geprivilegieerde, westerse vrouw had ik namelijk plots besloten mijn huis te verkopen en mezelf een sabbatical te gunnen (ik weet niet of ik dat wel écht verdiende want ik had nooit echt hard gewerkt maar ik had wel al de nodige psychologische, zelfs psychiatrische ellende gehad, zoals elke geprivilegieerde, westerse vrouw met andere woorden). Ik ben nu eenmaal ook gewoon een kind van deze tijd, dus niet specialer dan een ander. Om deze reden meende ik dan ook dat een sabbatical gepaard moest gaan met een virtueel verslag, op zijn minst.

Ik nam afscheid van mijn collega’s en kreeg een poster als cadeau waar alle landen van de wereld op gedrukt stonden en waar het de bedoeling was bezochte landen in te kleuren (of weg te schrapen zoals een win-for-life-biljet, zoiets). Ik kreeg het al warm vanbinnen want ja het was niet echt duidelijk wat ik eigenlijk zou gaan doen in die sabbatical en om welke reden ik dit eigenlijk was aangevat.

De toon was echter gezet. De verwachtingen hoog gespannen. We leven immers anno 2019. The sky is en blijft the limit.

Meer hoopvol gestemd was ik wat betreft het schrijfboekje dat ik eveneens meekreeg. Een geschreven verslag van whatever ik zou gaan aanvangen, dat was misschien wel iets voor mij. Al ging ik waarschijnlijk geen continenten doorkruisen maar gewoon wat doelloos rondrijden. Dat wist ik toen al wel zo’n beetje.

Zo ontstond mijn eigen website dus en ik maakte er uiteraard ook een hippe blog van (met tekstjes en mooie foto’s enzo). En het moet gezegd: ik heb me er mee geamuseerd. Het voelde een beetje zoals vroeger, wanneer ik in mijn dagboeken schreef. Ik kan me er echter niet meer op beroepen want op een mooie dag heb ik ze ooit collectief ergens in een container gekieperd (ik was het leven & mezelf op dat moment waarschijnlijk eventjes beu).

Maar creatief en leuk en inspirerend en wat al meer; het komt nu gewoon hier op aan; moet ik deze virtuele spielerei verderzetten en wat bereik ik er mee? Wat wil ik eigenlijk bereiken (o nee ik heb nog altijd geen antwoord hierop, zelfs niet na bijna een jaar sabbatical)? Wil ik gewoon zo verder aanmodderen met berichten over mezelf te posten of wil ik er echt iets mee doen (harten raken, verdwaalde zielen troosten)? Wil ik misschien influencer worden (bweik)?

Ik rond even af: wil ik dit grapje nog een jaar voortzetten, kost me dat welgeteld 232 euro BTW inclusief (ik ben nochtans geen zelfstandige en dat freelance statuut lijkt me ook zo ingewikkeld).

U hoeft niet voor mij te beslissen. Uiteraard niet. Ik heb een leeftijd bereikt waarop verwacht wordt dat ik alleen nog maar weloverwogen en verstandige beslissingen neem (hoewel ik me altijd nog kan beroepen op het Peter Pan-syndroom).

Wel wil ik u dit vragen: wat is volgens u het nut van een blog? Of is het gewoon helemaal passé? Komt er weldra weer een nieuwe, digitale vorm van narcistische navelstaarderij? Of vindt u het toch nét iets meer dan dat?

Vrijheid meid

“Freedom is being you without anyone’s permission.”

Ik zit in wat men noemt een “sabbatical” of kortweg  een “verlofjaar”.

Een mooie omschrijving die ik tegenkwam, gaat zo:  “In onze moderne tijd heeft het woord sabbatical de betekenis van een overdenkingsperiode tussen twee levensfases”. 

Nu heb ik altijd al veel dingen overdacht en heb ik vrijwel constant het gevoel dat ik ergens tussen zit. En op de vraag “wanneer  ga ik ‘het’ nu eens wéten?” komt maar geen afdoend antwoord.

Het zij zo. Ik zit dan ook nog maar halverwege die sabbatical.

Wat ik intussen wel ontdekt heb, is meer vrijheid. Vrijheid van zijn. Gemakkelijk gezegd, denk jij. Als je niet moet werken, geen kinderen hebt en je je voor nagenoeg (geheel eigenlijk) niets engageert, zonder verdere verplichtingen. Misschien. Maar in feite zijn dat geen voorwaarden om vrij te zijn. Vrijheid betekent eigenlijk vrijheid in jezelf zijn. Dingen doen die echt bij je passen. Je natuurlijke zelf terug ontdekken.

En daar is afstand nemen vaak een goede manier voor. Afstand van gekende paden, patronen, mensen, jobs, denksystemen, plaatsen.

Vrijheid loopt voor mij parallel met levenslust, joi de vivre. Als je je vrij voelt, ben je naturel. Authentiek. Echt. Je gedraagt je spontaan. Zoals een kind. Je leeft meer in het moment. Je denkt minder. Je flowt.

Ik ontdek vrijheid bijvoorbeeld in mijn haar afscheren (ik voel me verlicht als een monnik maar sterk als een rebel). Mijn schoenen op straat uitdoen en op blote voeten wandelen (waarom kan dat alleen maar op het strand?). Ik stoorde me ook plots aan het dragen van een bh dus ben ik er gewoon mee gestopt (really!?). Achteraf ontdekte ik dat er een hele beweging vrouwen (feministes?!) bestaat die dit al geruime tijd doet. Geweldig!

Door het gevoel van vrijheid ben ik meer gaan zingen, lachen en dansen. Mediteren doe ik wel minder (haha). In de plaats heb ik een paar bokslessen gevolgd. Zo wat meppen op mekaar (sparren in vakjargon), heeft echt een enorm bevrijdend gevoel.

Ik las overlaatst op de cover van een tijdschrift (in de supermarkt waar ik enkele weken werk dus dat “verlofjaar” klopt niet hélemaal) dit: zo houd je dat gevoel vast; echt vrij zijn”. Die titel wringt een beetje. Want vrijheid is nu net niet vasthouden, aan niets. Maar leven en bewegen volgens je innerlijke en spontane energie. Zonder na te denken hoe dit overkomt. Wat anderen denken. Vrijheid kan je dus niet vasthouden of vangen. Het is er gewoon. En het uit zich op elk moment anders.

Vrij zijn betekent dus ook voor mij dat ik periodes vegetarisch eet of zelfs veganistisch maar dat er eveneens momenten zijn geweest en nog zullen komen waar ik een stuk vlees eet of vis. Omdat dat op dat moment klopt misschien. En niet omdat er een of ander principe zegt wat ik wel of niet mag doen. En dat geldt voor alles en iedereen.

Amen.

Geen paniek het is maar chaos

 “One must still have chaos in oneself to be able to give birth to a dancing star.” (Friedrich Nietzsche)

Men vangt geen queeste aan als alles goed loopt. Men vertrekt niet als het leven thuis “klopt”. Een queeste kan ook een vlucht zijn om aan de chaos te ontsnappen.

Maar die chaos neem je eigenlijk gewoon mee.

Ik leef al heel mijn leven met het gevoel dat ik er gewoon geen vat op krijg. Ik probeer het te “graspen”. Te begrijpen. Te volgen. Overwegend voel ik me redelijk machteloos. Overgeleverd.

Ik (en anderen) probeer er structuur in te krijgen. Duidelijkheid. Soms stel ik regels op. Leefregels. Zoals gezond eten. Of vroeg opstaan. Maar dat helpt eigenlijk niet echt.

Ik ben deze queeste eveneens aangevat omdat dit gevoel van chaos mij te veel werd. Na jarenlange mentale struggles en omzwervingen wilde ik me plots geheel en al onttrekken. Maar aan wat eigenlijk?

Met het leven dat je kent achter te laten, hoop je een nieuw leven te ontdekken. Door alle zekerheden vanonder je voeten vandaan te halen, hoop je terug vaste grond te vinden. Of zoiets.

Een aantal dagen geleden woedde er een sterke, geestelijke chaos. Een soort innerlijke crisis zeg maar. Zo eentje met onrust en veel spanningen.

Ik besloot te gaan wandelen (altijd een goed idee).

Op de terugweg stopte ik bij een mooie boom. De stoep lag vol paarse bloesems. In deze aanwezigheid zag ik echter plots een enorme bedrijvigheid. Een wirwar van mieren. Running around.

Dit leek wel chaos.

Ik was op slag gerustgesteld. Want hoewel ik dit boeltje ongeregeld percipieerde als pure wanorde, wist ik dat dit eigenlijk niet het geval was.

Chaos is alleen maar ingebeelde verwarring. Chaos is dus dik ok.

Reikhalzen en wachten

“Yes, in the immense confusion one thing alone is clear. We are waiting for Godot to come .” (Samuel Beckett)

In de aard van een queeste ligt het vinden van iets. De heilige graal of in mijn geval een eeuwige zoektocht naar “zin”. Of een antwoord op de vraag: wat moet ik doen? Hoe wil ik leven?

Het is echter niet uitsluitend de filosoof die op zoek is naar iets. Reikhalzen, is nu eenmaal eigen aan de mens.

Denken over the next thing to come, de toekomst. Al is het uitkijken naar een nieuw paar schoenen of het weekend dat komen gaat. Dromen over die volgende citytrip of een nieuwe job. Er is altijd iets waarvan we hopen dat het ons zal vervullen.

Zelfs in deze tijd van sabbat is het moeilijk dit mechanisme te overstijgen. De geestelijke onrust verdwijnt niet. Alle vragen en verlangens blijven in feite hetzelfde. En Godot never comes.

Een afdoend antwoord, een specifieke zin of ultiem en eeuwig rustpunt komt waarschijnlijk nooit.

Maar de kunst zit misschien in het “er” zijn. Er bij zijn. Maar dan echt. Met aandacht. In elk moment. Zonder analyse of interessante theorie (het Dasein van Heidegger bijvoorbeeld). Maar gewoon opmerkzaam.

Dus niet meer wachten. Gewoon zijn.

” In today’s rush we all think too much, seek too much and want too much and forget about the joy of just being.”

(Eckhart Tolle)